Liefde – een woord dat in ieder mond is, waarvan elk mens een andere voorstelling van heeft.
Zo mocht ik op 26 maart 2026 volgende inzichten ontvangen:
Waarom voelen we eigenlijk wrok (in oude teksten lees ik ook grieven)?
Omdat we geliefd willen worden en ook Liefde willen geven. We willen zijn wie we werkelijk zijn. Waarom zouden we iets zien wat niet bestaat, waarom zouden we vreemden voor onszelf zijn? Waarom kunnen we niet liefhebben wat er is?
Laten we aannemen er was het idee: wat als er een scheiding was?
Laten we verder aannemen dat jij de Liefde nicht waard bent en ik niet kan liefhebben, maar ik zou mezelf, jou en de ander wel willen liefhebben, maar dat kan ik niet. Jij bent een vreemde voor mij. Puur hypothetisch. En in deze aanname raak ik steeds meer vervreemd van mezelf, verdrietig, voel ik me verloren, verlaten, onbemind. Ontstaat wrok dan niet heel natuurlijk? Ik wil wel geliefd worden en ik wil liefhebben, maar ik kan niet onvoorwaardelijk liefhebben wat er is. Ik verzet me, ik rebelleer tegen mijn aanname. In de ware zin van het woord. Is het niet zo dat we allemaal aannemen dat het leven is zoals het ons verteld en getoond wordt?
Laten we nu eens aannemen dat de vage herinnering aan Liefde waar is; ik was en ben nooit gescheiden van Liefde/God. En laten we verder aannemen dat de wereld me alleen laat zien wat ik heb aangenomen, namelijk scheiding (van alles). Ze laat me zien wat er niet is en verbergt wat ik wil zien, namelijk wie ik werkelijk ben. Om scheiding überhaupt te kunnen ervaren, moeten we allemaal vergeten wie we zijn. In onze goddelijkheid zou deze ervaring niet mogelijk zijn. We moeten vergeten, om de ervaringen hier op aarde te kunnen doorstaan. Om niet volledig te vergeten wie we zijn, dragen we de goddelijke vonk in ons, die ons zachtjes herinnert en oproept om terug te keren naar onze eenheid.
We spelen verstoppertje en zijn vergeten hoe we elkaar moeten vinden.
Net als kleine kinderen bedekken we onze ogen en denken we: “Als ik jou niet kan zien, dan kun jij mij ook niet zien.”
Is dat niet heel dicht bij de waarheid?
Zolang we onze ogen bedekken, zien we wat we verwachten te zien. Dus wat/wie ben ik in mijn identiteit? Het vergankelijke lichaam, dat er altijd naar streeft iets te worden om iets te zijn, voortdurend behoefte hebbend aan bezit en zoekend, maar nooit vindend? Scheiding onderwijzend om zichzelf te verheffen, om zelfkennis te vermijden?
In mijn ware identiteit ben ik de eeuwige, verenigde Geest die zich uitbreidt in alles wat is.
De Heilige Geest, aanwezig in al het leven, in jou, de steen, de zon, de wereld, en zelfs in alles wat nog onzichtbaar is. In mijn ware identiteit ben ik Geest die zich uitbreidt in de oceaan van mogelijkheden, de schepper van mogelijke ervaringen. Als ik dit werkelijk als waarheid aanvaard, ben ik de verlosser, de redder van mijn wereld, in mij en uitstralend vanuit mij. Net zoals ik de schepping ben, de schepper van het lichaam en de wereld. Als ik mijn schepping weersta, zal ik wrok en lijden ervaren, omdat ik mezelf (en jou) in mijn goddelijkheid verwerp. Het is mijn wil om mijn Heilige Geest te aanvaarden, door te erkennen wat NU is, als de schepper van mijn ervaringen. Ik ben wat is. Amen.
Wil je meer weten over ‘bewust in je zijn’ weten en met mij erover praten?
Neem contact op: https://www.light4ever.nl/contact/
Ook interessant https://nondualteacher-com.translate.goog/non-dual-awareness-a-course-in-miracles-acim/?_x_tr_sl=en&_x_tr_tl=nl&_x_tr_hl=nl&_x_tr_pto=rq
